Wat doen wij?Tarieven hulpverleningOverzicht hulp in 2006Andere hulpadressen
Dieren-EHBOVoorkomen is...
Vrijwilliger wordenDonateur wordenCollectant wordenSchenkenNalatenActiesSponsoring
Feiten & cijfersAchtergrond
.
 
 
   Dieren-EHBO >
   Voorkomen is...
  Alarm: 020 - 626 21 21  
  (Dag en Nacht)  
     
  op-d-ambulance  
   
  Steun de Dierenambulance. Meer info  
     
  Algemene Informatie  
 
Telefoon:
020 - 626 21 21
(alarm en info)
 
Botulismemeldpunt:
020 - 561 20 10
 
E-mail:
Dierenambulance Amsterdam
(niet voor hulpverzoeken!)
 
     
 
Steun de Dierenambulance Amsterdam
Steun de Dierenambulance Amsterdam
Koop nu een lot en steun de Dierenambulance Amsterdam!
 
     
     
Alert Open Dag Dierenambulance Amsterdam groot succes!
Zaterdag 24 mei deed de Dierenambulance Amsterdam haar deuren open voor alle geinteresseerden.  meer info

Eerste Hulp bij Ongevallen (EHBO)

Eerste hulp is de eerste verzorging die een dier nodig heeft bij een ongeval
of een plotseling ontstane of ontdekte ziekte. Het doel van eerste hulp is
het redden van het leven van een dier, het verlichten van pijn, het
voorkomen dat de verschijnselen verergeren en het bevorderen van herstel.
Hieronder vindt u informatie over een aantal veel voorkomende aandoeningen
of situaties waarmee u te maken kunt krijgen met uw huisdier en informatie
die van pas kan komen in dit soort situaties. Ga echter niet zelf dokteren
en raadpleeg als u zich ongerust maakt over uw huisdier altijd een dierenarts.
Probeer in geval van nood altijd kalm te blijven en denk aan uw eigen veiligheid.
Een dier met pijn zal u waarschijnlijk proberen te bijten.
Deze EHBO-informatie is met zorg en met medewerking van een 
dierenarts tot stand gekomen. De Dierenambulance Amsterdam is niet
aansprakelijk voor de gevolgen van ondeskundig medisch handelen.

 
Met dank aan dierenarts M. Souverein, Dierenkliniek Hoofdweg te 
Amsterdam en Sandra Oosterberg van de Dierenambulance Amsterdam.
Baarmoederontsteking             
Bevalling         
Bloedingen (ernstig)    
Botbreuken
Brandwonden                         
Epilepsie/toevallen       
Infecties                                  
Maagtorsie
Nier- en blaasproblemen
Oogletsel
Shock
Vergiftiging
Zonnesteek
Zoogperiode
Zwangerschap
 
Baarmoederontsteking:

Wat kunt u zien:
-
uitvloeiing uit de vagina, die er bloederig bruin of pussig uitziet
-
ziek, slecht eten, vaak snel moe en meer drinken
-
koorts
-
braken
Als deze toestand te lang duurt, kan het dier eraan overlijden.
Wat kunt u doen:
Het dier moet onmiddellijk naar de dierenarts. Deze zal het dier opereren om
de baarmoeder en eierstokken te verwijderen. In minder ernstige gevallen
zal het antibiotica krijgen; vaak is dit echter onvoldoende en zal het dier
uiteindelijk toch geopereerd moeten worden.
De bevalling: 
De eerste tekenen bij het moederdier zijn nesteldrang en onrust. Het dier
loopt achter u aan en vraagt aandacht. Als de weeën zijn begonnen, wordt
het jong 15 tot 30 minuten later geboren (het jong of vruchtvlies is in de
vagina zichtbaar). Dit kan uitlopen tot een uur, maar als het jong dan nog
niet geboren is, moet u uw dierenarts waarschuwen. Meestal regelt de
natuur het allemaal zelf, dus raak niet meteen in paniek!
Geboorteposities kunnen zijn:
- kopligging
- stuitligging (komt vaak voor bij honden)
- stuitligging waarbij slechts een of geen van beide achterpoten naar
achteren is gericht. Dit is voor het moederdier een moeilijke bevalling.
Als het dier steeds perst en er wordt geen jong geboren, wordt het tijd 
om te helpen. Als er een kopje of een pootje uit het geboortekanaal steekt
kun je met een schone theedoek en handen de pootjes of het kopje 
vastpakken en voorzichtig trekken in de richting van de hakken van de 
moeder. Doe dit echter alleen als de moeder perst. Als er teveel 
weerstand is, moet je ophouden en de dierenarts waarschuwen. Als de 
weeën te zwak zijn kan de dierenarts een injectie toedienen om de 
weeën te versterken. Als dit allemaal niet wil baten kan uw dierenarts 
een keizersnede overwegen. Als de geboorte wel goed verloopt, 
worden de volgende jongen geboren met een tussenpoos van 15 min.
tot 2 uur. De tijd tussen de geboorte van pups kan langer zijn. Meestal 
komt er na ieder jong een nageboorte, soms komen er twee nageboorten 
na twee jongen. De moeder eet dit meestal op. Sta haar dit ook toe. 
Als de moeder de nageboorte er niet afhaalt kunt u dit voor haar doen. 
Verwijder het vlies, te beginnen bij het kopje, zodat het dier kan gaan 
ademhalen. Veeg het neusje en bekje voorzichtig schoon. Verwijder dan 
de rest van het vlies en breek de navelstreng door. Doe dit met de 
duim en wijsvinger van een hand en scheur de navelstreng op ong. 2 cm.
af in de richting van de buik van het jong, zodat de kans op een navelbreuk 
heel klein is. Knip de streng niet met een schaar door omdat de kans op 
bloeden dan erg groot is. Wrijf het jong voorzichtig droog. Hiermee bevorder 
je de circulatie en de ademhaling. Laat het jong na de bevalling drinken bij de 
moeder. Als het dier niet kan drinken, kijk dan of zijn gehemelte goed is. 
Bij een niet goed gesloten gehemelte komt er melk terug uit de neusgaten. 
Het kan ook zijn dat de moeder niet voldoende melk heeft. Neem dan 
contact op met uw dierenarts.
Bloedingen (ernstig): 
Slagaderlijke bloeding
Wat kunt u zien:
- Het bloed stroomt stootsgewijs uit de wond; bij iedere hartslag komt er
een golfje bloed naar buiten.
- Het bloed is helderrood van kleur (het bevat veel zuurstof).
Aderlijke bloeding
Wat kunt u zien:
- Het bloed stroomt voortdurend uit de wond, waardoor er veel bloed
verloren kan gaan.
- Het bloed is donkerrood van kleur (het bevat minder zuurstof).
Wat kunt u doen:
- Druk de bloedvaten dicht in de lies of oksel (van de gewonde poot). De
bloeding zal over het algemeen snel stoppen. Bedek de wond met een
gaasje, daarop een prop watten en zet dit vast met verband. Kunt u de
bloeding op deze manier niet stoppen, leg dan een knevelverband aan.
- Leg bij een slagaderlijke bloeding een reep stof of b.v. een stropdas,
circa 5 cm boven de wond, tussen de wond en het hart in. Maak in de
zwachtel een knoop en leg hierop een pen of stevig stokje. Knoop dit er
stevig op vast. Draai dan de pen of stokje rond totdat de reep stof strak
om de poot zit. Als u zelf naar de dierenarts rijdt, knoop dan de strook op
het stokje vast. Draai na 10 minuten de knevel los om het bloed te laten
stromen. Dit is heel belangrijk om geen weefsel af te laten sterven.
- Bij heftige bloedingen aan kop of romp neemt u een schone doek en
drukt dit stevig op de wond.

Ga bij al deze bloedingen meteen naar een dierenarts.
Botbreuken: 
Botbreuken worden veroorzaakt door een aanrijding of een flinke val- of
vechtpartij. Breuken kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld bottumor of
botontkalking.
Wat kunt u zien:
-
De poot staat in een vreemde stand of beweegt abnormaal
- Het dier kan niet meer op de poot staan
- Op de breukplaats is een zwelling te zien; het dier heeft veel pijn
- Het bot kan eventueel uit de huid steken
 
Wat kunt u doen:
-
Het dier heeft pijn, dus let op dat u niet wordt gebeten
- Draai het dier op de niet gewonde zijde, waarbij de gebroken poot naar
boven steekt
- Als u het bot uit de huid ziet steken, leg dan een schoon gaasje of
schone doek op de wond, liefst iets vochtig gemaakt.
- Schuif een deken of dikke jas o.i.d. tussen de voor en achterpoten in
  de lengterichting, dit zorgt ervoor dat de gebroken poot stabiel komt te 
liggen.
- Leg een deken of een plank aan de rugzijde en trek het dier hierop door
aan het rugvel en nekvel te trekken.
- Breng het dier naar de dierenarts
- Geef nooit pijnstillers

LET OP
Als uw dier is aangereden en niet opstaat, til uw dier dan niet zomaar op,
u zou het letsel kunnen verergeren (rugletsel). Schuif hem het liefst op
een plank (zie hierboven) of bel de dierenambulance voor vervoer. Wij
weten hoe wij uw dier het best kunnen vervoeren en hebben al het
materiaal op de ambulance om uw dier zo goed mogelijk te helpen.
Brandwonden: 
Brandwonden ontstaan niet alleen door vuur/vlammen, maar ook door
contact met chemische stoffen, zonnestralen, elektra of straling.
Wat kunt u zien:
- De vacht van uw dier kan geschroeid zijn, maar ook intact. Het is soms
erg moeilijk om te zien of de huid verbrand is, door de aanwezigheid van
haar of veren. De huid kan rood zijn, met of zonder blaren, een wit/beige
of zelfs zwarte kleur hebben. Het dier heeft veel pijn. Let op: bij een
derdegraads verbranding heeft het dier weinig tot geen pijn door
beschadiging van de zenuwen. Het dier kan in shock raken, zeker bij
derdegraads verbranding.
Wat kunt u doen:
- WATER, DE REST KOMT LATER
Houdt het verbrande deel onder zacht stromend lauw water
ABSOLUUT GEEN IJSKOUD WATER, de haarvaten zullen zich hierdoor
vernauwen, waardoor de hitte juist NIET het lichaam kan verlaten. Doe
dit minimaal 20 minuten
- Geef geen pijnstillers en smeer niets op de wond, dus ook geen boter
of zalfjes!!! Neem contact op met uw dierenarts
Brandplekken aan de bek: 
Brandplekken in de bek kunnen ontstaan doordat het dier bijtende
stoffen heeft opgelikt of in een elektrasnoer heeft gebeten. Ook planten
kunnen brandblaren veroorzaken.
Wat kunt u zien:
- Er is blaarvorming aan de bek
- Dier r
uikt uit de bek
- Dier braakt eventueel
Wat kunt u doen:
-
Als het dier krampen heeft of bewusteloos is, ga dan onmiddellijk naar
een dierenarts
- Als het dier niet bewusteloos is, spoel de bek dan goed met water
- Houdt de kop van het dier naar beneden, zodat er geen water in zijn
luchtpijp kan lopen
- Ga naar de dierenarts en neem de gegeten stof of de plant mee
LET OP: OOK DOOR BEVRIEZING KUNNEN BRANDWONDEN ONTSTAAN 
Brandwonden door bevriezing kunnen voornamelijk voorkomen aan
staartpunt, oortoppen en voetzooltjes. De bevroren huid ziet er wit uit
en als hij ontdooit, wordt hij rood, warm en pijnlijk.
Wat kunt u doen:
-
Verwarm de bevroren delen LANGZAAM met een warme doek, of
dompel de delen in handwarm water, ong. 24 graden Celsius. Doe dit
minimaal 20 minuten en zorg ervoor dat het op laten lopen van de
temperatuur heel geleidelijk gaat
- LET OP: WRIJF DE OREN NIET WARM, HIERDOOR KUNNEN DE
HUIDCELLEN KAPOT GEWREVEN WORDEN
- Ga naar de dierenarts
Epilepsie/toevallen: 
Bij epilepsie treedt een tijdelijk bewustzijnsverlies op.Epilepsie kan vele
oorzaken hebben, o.a.: infectieziekten als honden/kattenziekte en
tetanus, verwondingen aan de kop, koorts, zonnesteek, te hoog/te
laag bloedsuikergehalte, medicijnen en vergiftiging. Eepilepsie kan ook
aangeboren zijn, maar soms wordt er geen oorzaak gevonden.
Wat kunt u zien: 
- Spierkrampen; onwillekeurige samentrekkingen van de spieren.
- Het dier kan urine en/of ontlasting laten lopen.
- Overmatig speekselen en eventueel bloed uit de bek, doordat de
tong tussen de kaken geklemd zit.
Wat kunt u doen:
- Zorg dat het dier zichzelf en u niet kan verwonden, maar houdt het dier
niet stevig vast.
- Doe de radio of televisie uit (het geflikker van tv kan een nieuwe aanval
uitlokken) en maak de kamer schemerig.
- Wacht rustig tot de aanval over is (de aanval kan enkele minuten duren).
-
Geef tijdens een aanval nooit eten of drinken of medicijnen in de bek,
het dier kan er in stikken.

- Meestal is de aanval eenmalig. Overleg met de dierenarts wat u verder
moet doen. Het kan voorkomen dat uw dier aanval na aanval krijgt. Het
hart en de ademhaling krijgen het heel zwaar te verduren. Ga dan zo
snel mogelijk naar
de dierenarts zonder te wachten tot de aanvallen
over zijn. Indien het een eenmalige aanval was, laat het dier dan heel
rustig bijkomen. Minimaal een half uur.
Infecties: 
Er is een verschil tussen virusziektes en bacteriële ziektes.
Bij de hond
A virus: Hondenziekte; HCC; Parvo; Aujeszky; Rabiës; Corona
B bacterie: Ziekte van Weil; TBC; Tetanus; Salmonella
C: Kennelhoest
 
Bij de kat
A virus: Kattenziekte; Aujeszky; Rabiës; FelV; FIP; FIV
B bacterie: TBC; Salmonella; Tetanus
C : Niesziekte
 
Preventie bij de hond
Pups kunnen vanaf de leeftijd van 6 weken geënt worden tegen
hondenziekte en parvovirus. Dit is de zogenaamde puppy enting.
Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt deze
enting slechts een voorlopige bescherming.
Als de hond 9 weken is
krijgt het zijn eerste grote cocktail tegen de ziekte van Weil en parvo.
Na 2 tot 3 weken volgt hierop de grote cocktail tegen hondenziekte,
parvo, ziekte van Weil en besmettelijke leverziekte. In het vervolg is
dan elk jaar slechts een cocktailprik nodig.
 
Preventie bij de kat
Katten worden op 8 en 12 weken gevaccineerd tegen kattenziekte
en niesziekte. Hierna volgt jaarlijks een herhaling.
Wat ziet u:  
Hondenziekte, HCC, Parvo en de ziekte van Weil geven alle de 
volgende klachten:
- Braken, diarree, koorts, kans op uitdroging en zich flink ziek voelen.
- Kattenziekte is te vergelijken met het Parvovirus; het geeft hetzelfde
klachtenbeeld.
Besmetting vindt plaats door direct contact.
 
Hondenziekte, ofwel de ziekte van Carré
Deze ziekte komt over de gehele wereld voor en heeft uiteenlopende
symptomen zoals hoesten, neusuitvloeing, maar ook blijvend zenuwletsel.
De ziekte kan op alle leeftijden voorkomen, maar treft vooral jonge honden.
 
HCC ofwel Hepatitus Contagiosa Canis
Dit virus wordt verspreidt via de urine van besmette honden. De symptomen
variëren van koorts tot een ernstige leverontsteking, waarbij het dier hoge
koorts heeft, niets eet en uiteindelijk dood gaat.
 
Parvo
Besmetting vindt plaats door direct contact. Koorts, braken, diarree
(vaak met bloed erbij). De ontlasting heeft een zoete, weeïge geur.
Zeer hardnekkig virus. Kan lang buiten de hond in leven blijven, dus na een
geval van parvo altijd het gehele huis goed ontsmetten (vraag uw dierenarts
om informatie).
 
Ziekte van Aujeszky
Besmetting is mogelijk via ongekookt varkensvlees en kopvlees van het rund.
Het advies is dan ook om deze vleessoorten altijd te koken. De verschijnselen
zijn hersenverschijnselen met abnormaal gedrag, enorme jeuk vooral bij de
hond, die zo erg is dat het dier zichzelf helemaal openkrabt. Er is geen
behandeling mogelijk. Euthanasie is de enige mogelijkheid.
 
Hondsdolheid oftewel Rabiës
Rabiës is een ziekte die voor kan komen bij alle warmbloedige dieren en
overgebracht kan worden op de mens. Het is een dodelijk virus dat zich
meestal pas meerdere weken na de besmetting openbaart. De besmetting is
over het algemeen het gevolg van een beet of een krab van een besmet dier.
Via een klein wondje verspreidt het virus zich naar de zenuwen en de
hersenen. In een later stadium van de ziekte verspreidt het zich door het hele
lichaam en naar de speekselklieren. Het speeksel is dan ook vaak de bron
van infectie voor het volgend slachtoffer.
Verschijnselen zijn: gedragsverandering ( druk dier wordt erg rustig en
omgekeerd), kwijlen, een afhangende onderkaak en uiteindelijk watervrees
en agressie. Bij vertrek naar het buitenland is een vaccinatie verplicht!!!
 
Corona
Corona is een betrekkelijk nieuwe ziekte die vaak samen wordt genoemd
met het Parvovirus. Het wordt veroorzaakt door een virus dat zich in de 
ontlasting van besmette honden bevind. De verschijnselen zijn koorts, 
braken, niet meer willen eten en geeft een oranje-kleurige diarree. 
De kans op genezing ligt wel iets hoger dan bij Parvo.
 
Kennelhoest
De verschijnselen zijn hoesten met keelklachten, waarbij het dier meestal
geen zieke indruk maakt. De ziekte komt vooral voor waar veel honden
samen zijn, bijv. kennels. De smetstof verplaatst zich via de lucht.

 
Leptospirose
Leptospirose is een verzamelnaam van ziektes, beter bekend als de
Ziekte van Weil. Deze ziekte komt bij zowel mensen als dieren voor, o.a.
bij honden en ratten. De belangrijkste infectiebron is water, dat besmet
is geraakt met urine van geïnfecteerde dieren. De leptospiren kunnen
gedurende maanden worden uitgescheiden door dieren waarbij de
infectie sluimerend in de nieren aanwezig
is. Vooral de nieren, maar
ook de lever lopen hierdoor blijvend schade op. De hond heeft hoge
koorts, gele slijmvliezen en donkergele urine. Ook als uw hond nooit
zwemt, is het toch zinvol om hem te laten enten, omdat Leptospirose
niet alleen de Ziekte van Weil betreft en de ziekte ook gevaarlijk is
voor mensen.
 
Zoönose
Als een besmettelijke ziekte, die voorkomt bij een dier, ook besmettelijk
is voor een mens en omgekeerd, spreken we van een zoönose.
O.a. de volgende meest voorkomende ziektes zijn besmettelijk voor
de mens:
Rabiës (Hondsdolheid), Leptospirose (o.a. Ziekte van Weil),
TBC (Tuberculose) en Salmonella (Paratyphus).
 
FeLV oftewel Feline Leukemia Virus
Bloedarmoede met vergroting van de lymfeklieren, milt en lever en
woekeringen van witte bloedcellen. Tussen het moment van besmetten
en ziek worden, kunnen jaren liggen. D.m.v. bloedtesten is het virus
aan te tonen. De ziekte is tot op heden niet te genezen.
 
FIP oftewel feline infectious peritonitus
Dit is een besmettelijke buikvliesontsteking die in verschillende vormen
voor kan komen. De natte vorm; er is vochtontwikkeling in de buik of
borstholte. Dit vocht is lichtgeel en trekt draden. Deze vorm is niet te
genezen. De droge vorm geeft vage klachten. De behandeling is
gericht op de symptomen. De kat kan ook drager zijn, wat wil zeggen
dat het dier zelf niet ziek is, maar wel andere katten kan besmetten.
FIV is vergelijkbaar met het HIV virus (AIDS) bij de mens. (De mens
kan niet besmet raken door de kat en omgekeerd, het is dus geen
zoönose). De ziekte is niet te genezen en er is geen enting mogelijk.
Bij binnenkatten is de kans op besmetting niet al te groot, behalve
uiteraard door bijtwonden en dekkingen. FeLV, FIP en FIV beginnen
met vage klachten, zoals vermageren, diarree, niezen, slechter
eten etc. Besmetting vindt plaats door zeer intensief contact zoals
vechten (bijtwonden) en dekkingen.
 
Niesziekte
De verschijnselen zijn als een verkoudheid, dus niezen, keelklachten, wat
koorts en eventueel oogontsteking. Het wordt veroorzaakt door een aantal
virussen en bacteriën en hierdoor is de enting niet helemaal betrouwbaar.
Het is zeer besmettelijk en gemakkelijk mee te nemen via kleding of schoeisel.
Kijk dus altijd uit als u bij mensen op bezoek gaat wiens kat niesziekte heeft.
Het virus is echter zwak, dus desinfectie is goed mogelijk (kleding meteen in
de was doen, etc.).
 
Worminfecties
Er zijn veel soorten worminfecties, maar we noemen de twee belangrijkste,
die zowel bij de hond als de kat kunnen voorkomen. Spoelwormen,
besmettelijk voor de mens (zoönose), vooral bij kinderen o.a.
via de zandbak, lijken op spaghetti en komen vooral bij jonge dieren voor,
omdat ze al in de baarmoeder besmet raken (bij honden). Jonge dieren
moeten al vrij snel ontwormd worden. De meeste lintwormen die bij kat en
hond voorkomen zijn niet besmettelijk voor de mens. De tussengastheer is
de vlo. Stukjes lintworm zien eruit als rijstkorrels. Als uw dier vlooien heeft,
heeft hij ook zeker wormen. Het is sowieso verstandig om uw dier 4 maal
per jaar te ontwormen.

 
Maagtorsie: 
Een maagtorsie of maagdraaiing is een spoedgeval.
Het komt voornamelijk voor bij grote hondenrassen, wat niet wil zeggen dat
een teckel geen maagtorsie zou kunnen krijgen. Een maagtorsie kan ontstaan 
door teveel eten ineens, verkeerd eten of teveel beweging direct na de 
maaltijd kan er een grote gasontwikkeling ontstaan waardoor de maag 
plaatselijk uitzet. Daardoor gaat de maag draaien. In ernstige gevallen wordt 
de maag bij de slokdarmzijde alsook bij de dunne darmzijde afgesloten. Ook 
de bloedcirculatie wordt afgesloten. Hierdoor ontstaat nog meer 
gasontwikkeling en de maag zwelt nog meer op. U zult begrijpen dat er 
daardoor grote druk op het middenrif komt, waardoor de hond het benauwd 
krijgt.
 
Wat kunt u zien:
- Uw hond probeert te braken, echter zonder succes.
- Overmatig speekselen
- Hond is onrustig
- De buik zwelt op, met name links achter de ribboog
- Benauwdheid
De hond zal in shock raken en uiteindelijk overlijden. Wees dus altijd zeer alert
als
uw hond probeert te braken zonder succes!
 
Wat kunt u doen:
- Onmiddellijk naar de dierenarts! Alleen spoedige hulp kan uw hond redden.
- Als het kan, laat dan uw hond zelf lopen naar uw auto.
- Heeft u geen vervoer, bel dan de dierenambulance voor transport, ook als
het
dier niet meer in staat is om te lopen.
- Wees voorzichtig met tillen als u uw hond zelf gaat vervoeren; oefen geen 
  druk uit op de buik.
- Tijdens het vervoer mag de hond gaan staan, liggen of zitten; dwing het dier
  niet om een andere positie in te nemen.

De dierenarts zal proberen via een sonde de maag te bereiken en deze te 
ledigen, zodat gas, vloeistoffen en etensresten uit de maag komen. Als dit 
niet meteen lukt zal hij/zij de maag puncteren met een dikke naald om de 
gassen te laten ontsnappen. Als de behandeling succes heeft moet het dier 
onder observatie blijven, omdat kans op herhaling groot is. Als de 
voorgaande
behandelingen niet lukken, kan men besluiten om de hond te
opereren,
alhoewel de prognose niet altijd even gunstig is.
 
Hoe kunt u een maagtorsie voorkomen:
- Laat uw hond voor het eten uit of zorg ervoor dat er anderhalf uur
tussen
de maaltijd en het spelen/uitlaten ligt.
- Geef meerdere keren per dag een kleine maaltijd, i.p.v. een grote
  hoeveelheid in een keer
- Zet het voedsel op een verhoging, zodat de hond tijdens het eten
  zo weinig mogelijk lucht naar binnen krijgt.
 
Nier- en blaasproblemen: 
De nieren en de blaas zorgen ervoor dat afvalstoffen en
overtollig vocht uit het bloed worden gehaald. Ze dienen als het
ware als een filter voor het bloed. Een veel voorkomende kwaal
bij oudere honden, maar vooral katten is dat de nierfunctie
achteruit gaat, waardoor er afvalstoffen achterblijven in het
bloed. Dit wordt een niervergiftiging genoemd. Het dier is
hierbij duidelijk ziek.
 
Wat kunt u zien:
- Veel drinken, slecht tot niet meer eten, vermageren
- Vacht staat overeind
- Dier is uitgedroogd (dit kunt u controleren door de vacht iets op te trekken
ter hoogte van het nekvel; de vacht behoort meteen terug te springen; gaat
dit heel langzaam of niet meer terug (vacht blijft overeind staan) dan is het
dier uitgedroogd en moet het naar de dierenarts voor een vochtinbrengend
infuus
 
Wat kunt u doen: 
Deze kwaal is ongeneeslijk, maar met nierdieeten en medicijnen is het soms
mogelijk om de kwaal niet verder te laten gaan en kan het dier nog een tijdje
voortleven.


 
Blaasstenen of blaasgruis: 
Als de urinebuis verstopt zit met gruis kan het dier zijn urine niet kwijt. In het
bovenstaande heeft u al kunnen lezen dat urine gifstoffen bevat die uit het
lichaam verwijdert moeten worden. De blaas raakt steeds voller en op een
bepaald moment kunnen de nieren de urine niet meer kwijt, waardoor een
acute niervergiftiging ontstaat. Soms gebeurt het zelfs dat de blaas knapt.
We zien het vooral bij katers.
 
Wat kunt u zien:
- Het dier gaat vaak naar de bak om te urineren, echter zonder succes
- Het dier miauwt klagelijk en heeft pijn in de buikstreek.

Duurt dit langer dan kunt u het volgende zien:
- Braken
- Het dier wordt sloom
- Het dier gaat in de kattenbak liggen
- De kat raakt in shock
- Het dier zal in coma raken, waarop de dood volgt
Dit proces kan zich in korte tijd voltrekken (12 tot 24 uur)

Wat kunt u doen:
- Het dier moet onmiddellijk naar de dierenarts
Deze zal de blaas ledigen en antibiotica toedienen en indien nodig vocht
toedienen.
- In de meeste gevallen zal geadviseerd worden om een blaasgruis oplossend
dieet te verstrekken gedurende minstens zes weken.
Eventueel kan een operatie noodzakelijk zijn, waarbij het laatste deel van de
urinebuis verwijdert zal worden incl. de penis. Dit probleem komt trouwens
niet alleen bij katten voor, ook honden (reuen) en andere dieren kunnen een
verstopping krijgen.


Oogletsel:
Oogverwondingen komen vaak voor n.a.v. ongelukken of doordat er
vreemde voorwerpen in het oog terecht komen, bijv. zandkorrels of 
doorntjes. Deze letsels zijn altijd zeer pijnlijk, dus let op uw eigen veiligheid.

Wat kunt u zien:
- Het oog traant en is waarschijnlijk rood en eventueel gezwollen,
meestal ziet u een uitvloeiing.

 
Wat kunt u doen:
- Spoel het oog met (liefst gekookt en afgekoeld) water, zodat u kunt zien wat
de oorzaak is.
- Steekt er iets in het oog haal het er dan niet zelf uit maar ga naar uw
dierenarts.
- Voorkom dat het dier met zijn poot bij het oog komt.

 
Oog uit de kas (oogluxatie):
Wat kunt u zien:
- Het oog puilt erg ver uit de kas of bungelt aan de oogspieren/zenuwen.
- De oorzaak is meestal een ongeluk, waarbij het dier een harde klap tegen
  de kop heeft gehad.
- Het komt vooral voor bij kortschedelige honden zoals de pekinees en
  bulldog of bij de Siamese kat, waarbij de dieren te ruw in het nekvel zijn 
  gepakt.
 
Wat kunt u doen:
- Til het dier nooit aan het nekvel op
- Duw de oogbol niet zelf terug
- Zorg dat het dier niet bij zijn oog kan komen
- Houdt het oog nat met een vochtig verband, wat echter alleen zeer losjes
  om het oog gewikkeld moet worden
- Ga onmiddellijk naar de dierenarts
 
Shock: 
Een dier kan door allerlei omstandigheden in een shock geraken.
Shock is een levensbedreigende situatie, de bloeddruk in het lichaam daalt
als gevolg van bijv. bloedverlies, hartproblemen, vochtverlies bij 
brandwonden, braken of diarree. Andere oorzaken kunnen zijn: allergische 
reacties, elektrische schok, of hersenletsel.
 
Wat kunt u zien: 
- Pols zwak en onregelmatig
- Ademhaling snel en oppervlakkig
- Bewustzijn: suf, bewusteloos of coma, vergrote vluchtreactie
- Slijmvliezen bleekwit (tandvlees en binnenkant oogleden)
- Ledematen koud
- Romp warm en klammig
- Pupillen wijd
- Ogen liggen dieper in de kassen
- Temperatuur gaat langzaam dalen tot 27 graden
 
Wat kunt u doen: 
- Oorzaak van de shock proberen weg te nemen
- Prikkelarme omgeving aanbieden
- Vervoeren met kop als laagste punt en de kop in de rijrichting
- Voorkom verdere afkoeling door een deken over dier te leggen
(maar maak het niet TE warm)
- Bloedingen stelpen + verbinden
- Altijd naar dierenarts
- Nooit te drinken of te eten geven
 
Vergiftiging:
Vergiften zijn stoffen die bij opname of contact met het lichaam schade
kunnen toebrengen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben. Ze
kunnen via de bek (eten,drinken), neus (inademing)of de huid
(direct contact) worden opgenomen.
 
Wat kunt u zien:
- Plotseling heftig braken, buikpijn, diarree, spierkrampen of
ademhalingsstoornissen.
- Soms zijn de verschijnselen niet zo duidelijk. Het dier is wat rustiger of
juist erg druk.
- Let goed op de omstandigheden, soms zijn er restanten van een gegeten
gif te vinden.
Er bestaan zoveel stoffen waar een dier heftig op kan reageren, dat we hier 
niet verder op in kunnen gaan. Bovenstaande zijn slechts enkele voorbeelden.
 
Wat kunt u doen:
- Haal het gif (plant, medicijnen e.d.) onmiddellijk weg
- Maak de bek goed schoon door de bek te spoelen met water maar zorg
ervoor dat het dier geen water naar binnen krijgt, door de kop goed
omlaag te houden.
- Spoel de vacht, als het om een stof op de huid gaat, goed met stromend
water af
- Probeer te achterhalen wat en hoeveel het dier naar binnen heeft gekregen
- Neem resten van het gif en/of braaksel mee naar de dierenarts

TIP: schaf een gifwijzer aan bij de apotheek. Hierop staan vele stoffen en 
ook wat je kunt doen als eerste hulp, b.v. wel/niet laten braken etc.


 
Zonnesteek: 
Een dier kan een zonnesteek krijgen als het te lang in de zon zit.
 
Wat kunt u zien: 
- Dier voelt warm aan, de temperatuur is hoog
- Hijgen, kwijlen
- Braken, diarree
- Bleke slijmvliezen
- Gedragsveranderingen, b.v. in de vorm van agressie
 
Wat kunt u doen:
- Haal het dier uit de warme omgeving. Koel het dier langzaam af
met niet te koud water. Gebruik vooral geen ijskoud water en
begin bij de poten met koelen en ga langzaam naar boven. Als
het dier niet bewusteloos is, kunt u hem kleine beetjes water
geven. Mocht het dier hiervan gaan braken, dan onmiddellijk
stoppen.
- Neem steeds de lichaamstemperatuur op met een thermometer.
De normale temperatuur van hond en kat is 37 tot 39 graden.
Stop met koelen als de temperatuur ongeveer 40 graden is.
Het dier koelt nog verder door!
- Ga altijd naar een dierenarts ter controle en eventuele verdere
behandeling.
 
 
Zoogperiode -> Eclampsie of melkziekte:  
Melkziekte kan optreden bij het moederdier nadat de jongen geboren zijn.
Het ontstaat door een tekort aan calcium (kalk).

 
Wat kunt u zien:
- Bij de hond: stiller, slomer, bibberig tot toevallen aan toe.
- Bij de kat: onrustig, hijgerig, gedragsverandering, toevalachtige
verschijnselen.
Het is mogelijk, dat het dier er aanleg voor heeft. Een andere mogelijkheid is
dat tijdens het laatste deel van de dracht de jongen erg snel groeien (hier is
veel calcium voor nodig) en als ze geboren zijn komt de melkproductie goed
op gang (veel calcium in de melk), waardoor het een te grote belasting is
voor de moeder.
 
Wat kunt u doen:
Indien deze verschijnselen zich voordoen, breng het dier dan naar de
dierenarts voor een calciuminjectie. Ze zal zich dan snel weer beter gaan
voelen. De moeder moet daarna extra calcium in het eten krijgen en in overleg
met de dierenarts moet bekeken worden of de jongen wel of niet door de
eigenaar bijgevoerd moeten worden. Bij een eventuele volgende dracht
moet het moederdier extra calcium krijgen vanaf het begin van de
zwangerschap. Treedt de eclampsie toch weer op, dan is het advies
om het dier niet meer te laten jongen.

 

Zwangerschap:
Als de tepels van de poes rood en groot beginnen te worden en de
haartjes rondom de tepel gaan verdwijnen, kan men aannemen dat
het dier zwanger is. Bij de hond ziet u deze verschijnselen niet zo
duidelijk. Waarschijnlijk eet en drinkt het drachtige dier meer dan
normaal. De duur van de zwangerschap is ong. 64 dagen voor de
kat en ong. 63 dagen voor de hond.
 
Problemen tijdens de dracht:
- Er is een bloederige uitvloeiing
- Het dier ziet er drachtig uit,maar er komen toch geen jongen
Het is mogelijk dat het dier schijnzwanger is of dat de vrucht is
doodgegaan en |het lichaam van de moeder de restanten weer
heeft opgenomen. Schijnzwangerschap komt vaker voor bij honden
dan bij katten. Bij konijnen komt het regelmatig voor. Ong. 8 weken
na de loopsheid gedraagt de hond zich alsof ze jongen heeft.
Ze wil niet wandelen, gedraagt zich onrustig en verdedigt
de mand alsof er pups in liggen. Sommige honden worden regelmatig
schijnzwanger; dan is er grotere kans op ontstekingen van de
baarmoeder. Er bestaan medicijnen voor en daarnaast is afleiding
ook een goed hulpmiddel, evenals minder eten geven, waardoor de
melkproduktie wat wordt afgeremd. Een uitstekende remedie is
castratie (het operatief wegnemen van de
eierstokken EN de baarmoeder).
- Vloeien aan het eind van de zwangerschap
Indien het helder of niet vies ruikend is, kan het er op wijzen dat er een
of meerdere jongen zijn doodgegaan in de baarmoeder. De overige jongen
kunnen toch gewoon gezond ter wereld komen. Wel is het van belang dat u
contact opneemt met uw dierenarts. Indien de uitvloeiing troebel en stinkend
is, dan is het vrijwel zeker dat de baarmoeder ontstoken is.